Overspanning

Ik ben overspannen. Het heeft even geduurd voordat ik voorbij de ironie kon kijken van de overspannen masseur. Maar ik ben niet in de eerste plaats masseur, ik ben vooral mens, en mensen worden soms (best vaak) overspannen. En ik ben nu dus overspannen. En dit is niet de eerste keer. Maar wel de eerlijkste keer.

Iets in mij voelt een diep verlangen om me te laten dragen door het leven, om te rusten op de aarde, om erop te vertrouwen dat het klopt wat ik voel. En iets anders in mij stribbelt tegen, kan niet geloven dat die vrede bestaat. Iets in mij durft zich niet over te geven aan de aarde uit angst dat zij niet genoeg draagkracht heeft om mij te houden. Dus is er een sterke kracht in mij die weg beweegt bij de aarde. Ik loop op mijn tenen. Ik stijg op in gepieker, zonder mijn lijf te voelen, zonder mijn hart erbij te betrekken. Ik geef aan anderen zonder me bewust te zijn van of/hoeveel/wat ik eigenlijk te geef heb. Overleefstand. Iets in mij staat al heel lang in de overleefstand. Net als in mijn (voor)ouders. Net als in velen van jullie. Net als in grote delen van de wereld.

Mijn overspanning is niet van mij alleen. Wat er hierbinnen in mij gebeurt is een symptoom van iets veel groters buiten mij. Van het idee dat er niet genoeg is voor ons, van wat het ook maar is dat we nodig hebben. Het idee dat we onze pijn en tegenslagen niet aankunnen, waardoor we ervoor vluchten, alsof het een groot gevaar is. We vullen onze leegte met eten, vedrinken onze gebroken harten, verzekeren onze verliezen, blijven geloven in ons maakbaarheidsideaal, en instagrammen alles van de zonnige kant. Ik snap wel dat we dat doen. Want wat is het alternatief? Het alternatief is voelen. Het alternatief is erkennen hoe oneerlijk, chaotisch, donker en onzeker het soms allemaal is. Het alternatief is zijn met eenzaamheid, verdriet, boosheid, radeloosheid. Dat klinkt niet heel uitnodigend, maar we weten allemaal dat er geen licht bestaat zonder donker, en dat juist het toelaten van beide kanten zorgt voor innerlijke rust. Als we ruimte kunnen geven aan de spanning, dan wordt ontspannen een eitje, want dan beseffen we dat we worden gedragen met alles wat we zijn. Iets in mij begrijpt donders goed hoe het zit, en verlangt ontzettend naar die rust. En iets in mij roept: ‘no way, José!’

Dus ook ik heb de oplossing heel lang buiten mezelf gezocht. Ik heb te veel gegeten, te veel gedronken, te veel ja gezegd, waardoor ik daarna weer heel veel nee moest zeggen. Ik heb vele contacten, baantjes, projecten de rug toegekeerd omdat ik me niet veilig voelde. Maar nu is mijn leven veiliger dan ooit, met mijn grote liefde, prachtig werk, een prima dak boven mijn hoofd, een fijne tuin, lieve vrienden, gezond eten. En nog steeds is er iets in mij dat zich aanspant, dat op haar hoede is, dat niet durft te rusten. Dat niet durft te zijn met pijn. Waardoor ik nogmaals besef: dit is niet alleen van nu en niet alleen van mijzelf, het is veel groter. En daarom deel ik het nu met jullie, want dit is van ons allemaal.

‘En wat nu dan?’, hoor ik mijn overleefbrein vragen. Nu staat mijn werk op pauze. Of nou, het masseren staat op pauze, want mijn werk bestaat nu vooral uit oefenen. Oefenen met rusten. Oefenen met laten in plaats van doen. Met het voelen van mijn voeten plat op de grond, in plaats van door te lopen op mijn tenen. En ik ga natuurlijk weer in therapie. Misschien deel ik nog wel eens iets over mijn proces, want dit is van ons allemaal.

Over oefenen

Op de wc van mijn yogajuf Maria Hartog hangt het volgende gedicht:

Autobiografie in vijf hoofdstukken

1)
Ik loop door een straat.
Er is een diep gat in het trottoir.
Ik val erin.
Ik ben verloren… ik ben radeloos.
Het is mijn schuld niet.
Het duurt eeuwig om een uitweg te vinden.

2)
Ik loop door dezelfde straat.
Er is een diep gat in het trottoir.
Ik doe alsof ik het niet zie.
Ik val er weer in.
Ik kan niet geloven dat ik op dezelfde plek ben.
Maar het is mijn schuld niet.
Het duurt lang voordat ik eruit ben.

3)
Ik loop door dezelfde straat.
Er is een diep gat in het trottoir.
Ik zie dat het er is.
Ik val er weer in… het is een gewoonte.
Mijn ogen zijn open.
Ik weet waar ik ben.
Het is mijn schuld.
Ik kom er direct uit.

4)
Ik loop door dezelfde straat.
Er is een diep gat in het trottoir.
Ik loop er omheen.

5)
Ik loop door een andere straat.

– Portia Nelson

Het is een gedicht wat ik al jaren regelmatig lees. (Omdat ik het fijn vind om te yoga-en met een lege blaas.) De laatste tijd herken ik me steeds vaker in hoofdstuk 3: ik zie mezelf op allerlei vlakken met open ogen in mijn valkuilen lopen. Ik zeg ja tegen een afspraak, terwijl ik er eigenlijk geen ruimte voor heb in mijn hoofd. Wel ruimte in mijn agenda, maar dat is iets anders. Ik wil vroeg naar bed, maar beland ineens toch weer in de kroeg. Ik durf die leuke blogger niet uit te nodigen voor een massage, omdat ik bang ben dat zij onverhoopt een onverbiddelijk stukje over me schrijft. Ik weet heus wel wat ik anders zou willen doen: minder denken, meer vertrouwen, en meer respect hebben voor mijn eigen grenzen. Maar het lukt me nog niet altijd. Die oude gewoonten en angsten zijn erg hardnekkig.

De hoofdstukken uit het gedicht van Portia Nelson hangen samen met de psychologische theorie over de verschillende stadia in het leren:

vier-fase-van-leren

  • Onbewust onbekwaam: voordat je iets kunt leren, moet je je er eerst bewust van worden dat je het niet kunt (hoofdstuk 1 en 2).
  • Bewust onbekwaam: je ziet dat je iets niet kunt, dus dan is het tijd om je erin te ‘bekwamen’ (hoofdstuk 3).
  • Bewust bekwaam: je hebt iets nieuws geleerd, en bent ermee bezig om het in de praktijk te brengen (hoofdstuk 4).
  • Onbewust bekwaam: je nieuwe vaardigheid is een gewoonte geworden (hoofdstuk 5).

Nu ik me in hoofdstuk 3 bevind, oftewel het stadium van ‘bewust onbekwaam’, begrijp ik dat een veranderproces niet alleen te maken heeft met inzicht en bewustzijn, maar ook met heel veel oefenen. Ja, bewustzijn is de eerste stap. Maar als ik wil veranderen, zal ik niet alleen mijn houding, maar ook mijn gedrag aan moeten passen. En dat betekent dus vooral ook heel veel fouten maken. ‘Oh, daar zat het gat in het trottoir. Ik dacht dat het pas over tien meter zou komen.’

Het wordt extra frustrerend als perfectionisme je valkuil is. Want fouten maken, dat vinden perfectionisten dus lastig. Dus voor perfectionisten is oefenen – wat toch vooral betekent dat je het risico neemt om fouten te maken – al een oefening op zich.

En zo zat ik dus alweer weken te broeden op het perfecte einde van dit artikeltje.

*glimlacht*

Over weerstand

Onlangs schreef ik over dat steeds terugkerende idee dat we ‘moeten ontspannen’, en hoe tegenstrijdig deze twee woorden eigenlijk zijn, moeten en ontspannen. En toen kwam Irene op mijn massagetafel liggen. Ze had zich verheugd om te gaan genieten van een uur ongestoorde ontspanning, maar toen ze tijdens de massage geconfronteerd werd met het gevoel van de pijn in haar nek lag ze vooral heel erg te balen. Ik vroeg hoe het voelde in haar nek en Irene antwoordde: “nou, niet bepaald gezellig”. En na afloop voelde ze zich gefrustreerd en verdrietig. Ze wilde deze zere nek niet, of de hoofdpijn die ermee gepaard ging. Ze wilde een andere nek, een soepele nek, een gezellige nek.

Het is een houding die ik zelf goed herken. Het is rot om de rottige dingen te voelen, dus gaan we daar tegen vechten. Dat heet weerstand. We willen die pijnlijke nek niet. Dus dat willen we anders. En dan gaan we in de moet-houding. We moeten beter voor onszelf zorgen. We moeten meer ontspannen. We moeten meer sporten. En er zijn genoeg boeken, tijdschriften en websites die ons daarbij proberen te helpen met stappenplannen en oefeningen en goedbedoelde adviezen als ‘je moet gewoon loslaten’. En vaak komt daar dan nog een laag weerstand overheen omdat we onszelf gaan veroordelen. Omdat het niet lukt om meer te ontspannen, of te sporten, of los te laten. En dan vinden we onszelf slap en stom.

Door Irene besefte ik me opnieuw: weerstand betekent eigenlijk dat je je tegen jezelf keert. Die zere nek, die hoort bij haar. Dus als ze een andere, gezelligere nek wil, betekent dat eigenlijk dat ze iemand anders wil zijn, dat ze niet zichzelf wil zijn. Weerstand is dus een mechanisme van zou-moeten en niet-willen en jezelf niet genoeg vinden zoals je bent. Weerstand leidt nooit tot ontspanning, maar juist tot extra aanspanning.

Het alternatief is een houding waarin je bent met wat er is. En ja, dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Maar, je kunt ermee oefenen. Je kunt kijken naar je spanning en je pijn en je weerstand, zonder deze te veroordelen. En je kunt ernaar luisteren: wat hebben ze je te vertellen? Een holistische massage is een mooie manier om hiermee te oefenen. Als masseur nodig ik je graag uit om contact te maken met je lichaam en wat daar allemaal te voelen is. En wat je ook maar tegen komt: zó is het dus op dat moment met jou. En dat hoeft niet te veranderen. En het gekke is: op het moment dat je die aanvaarding voelt, dan komt er ruimte voor ontspanning en verandering.

Voor alle duidelijkheid: voor mij is dat ook een voortdurende oefening. Vaak schiet ik ongemerkt van een mag-houding in een moet-houding, en soms duurt het dagen of weken voordat ik me dat besef. Maar soms, tussen al het moeten door, voel ik al glimpjes van een werkelijk gevoel van ‘ik ben genoeg’. En dat had ik nooit kunnen ervaren als ik niet naar mijn weerstand durfde te kijken.

paradox

Two steps forward…

Ik zit in een dipje. Ik voel me niet zo blij, zelfs als ik de dingen doe waar ik doorgaans heel blij van word. Ik heb ook minder energie, en allerlei zeurtjes in mijn lichaam. Ik kan niet zo goed met mezelf uit de voeten.

Ik vind dipjes niet leuk. Ik heb me lange tijd verzet tegen hun bestaan, uiteraard met weinig succes. Sterker nog: ik denk dat dipjes juist uitgroeien tot depressies omdat we ons er te hard tegen verzetten. De laatste jaren begrijp ik steeds beter dat dipjes gewoon bij het leven horen. En sinds kort besef ik me dat ze zelfs een belangrijke functie hebben in onze persoonlijke ontwikkeling.

Ik kan het goed uitleggen aan de hand van het gezegde ‘two steps forward, one step back’. Ik heb lang gedacht dat die ene stap terug een onvermijdelijk gevolg was van die twee stappen vooruit. De boodschap die in mijn ogen verborgen zat in deze uitspraak was iets van ‘het is niet altijd feest’. Die gedachte heeft er lang voor gezorgd dat ik me tijdens piek-momenten alweer aan het schrap zetten was voor de volgende afdaling. Zonde.

Nu kom ik dipje na dipje steeds meer tot het besef dat ik niet vooruit kan komen zonder dal-momenten. Het zijn de dipjes waarin ik tot rust kan komen, de balans kan opmaken en mijn koers kan bijsturen. Om vervolgens weer verder te klimmen naar een hogere piek. Zonder aanloop geen verre sprongen. Dus zonder dipjes geen persoonlijke groei. De volgorde in het gezegde is dus verkeerd. Het moet zijn: ‘one step backwards, two steps ahead’. En zo wordt een dipje zelfs een moment van verheugen: ik ben benieuwd wat mijn volgende twee stappen vooruit gaan zijn!

2014-11-25 13.23.05

Over moeten ontspannen en spanning ontmoeten

ontspanning

“Spanning is wie je denkt te moeten zijn. Ontspanning is wie je bent.” Sinds ik deze wijsheid vorig jaar tegen kwam, probeer ik naar dit principe te leven. Spanning wordt hierdoor een signaal dat me erop wijst dat ik iemand probeer te zijn die ik niet ben. Andersom is ontspanning dus een teken dat ik de dingen doe die ik wil en die bij me passen. Maar wat ik bij mezelf – en bij mijn vrienden en mijn klanten – vaak zie gebeuren, is dat ontspanning onopgemerkt gaat horen bij de dingen die moeten. En ontspannen en moeten gaan maar moeilijk samen.

Deze week was voor mij zo’n week. Ik merkte bij mezelf veel onrust, weinig energie en op elkaar geklemde kaken. Hoe kan dat nou, want nu ik masseur ben, doe ik toch precies wat ik wil doen? Dankzij een aantal goede gesprekken realiseerde ik me weer dat ik heel krampachtig aan het proberen was om De Masseur te zijn die ik zou willen zijn, in plaats van de masseur te zijn die ik ben. Want als masseur moet ik toch het juiste voorbeeld geven door altijd mindful te zijn, vrij van belemmerende gedachten. En door altijd goed voor mijn lichaam te zorgen, wat dan dus in perfecte gezondheid, volledige ontspanning en perfecte vorm (maat 36) zou moeten verkeren. Als masseur zou ik toch nooit een massage nodig moeten hebben? Het is een cirkeltje waarin ik mezelf al vaker heb vast-gedacht. Eén van mijn beste vrienden reageerde eens: ‘Als jij als masseur nooit een massage nodig zou mogen hebben, denk je dan ook dat een begrafenisondernemer nooit dood mag gaan?’ Ja. Goed punt.

Op de massagetafel gebeurt hetzelfde. Mensen liggen na te denken over hun werk, en balen daar vervolgens van, want dit was het moment waarop ze even helemaal nergens aan wilden denken. Of mensen verwachten dat de spanning tussen hun schouderbladen, die ze in maanden of zelfs jaren hebben opgebouwd, binnen een uur als sneeuw voor de zon verdwijnt door mijn aanraking. Voor iedereen – dus ook voor mij – is het de oefening om je bewust te worden van dat allemaal: de spanning, het afdwalen, en ook de behoefte aan dat het anders is. Want het hoort allemaal bij jou. En als je dat allemaal kunt toelaten, dan zorgt dat voor ontspanning.

Het lastige is dus dat op het ene niveau ontspanning ontstaat door op het andere niveau spanning toe te laten. Waarom is dat? Omdat spanning erbij hoort, omdat valkuilen erbij horen, omdat pijn erbij hoort. (Laatst las ik daar ook een mooi artikel over op soChicken.) Het ‘ontspanning is wie je bent’ principe, begint dus niet bij moeten ontspannen, maar bij het ontmoeten van je spanning. Stilstaan bij wie je bent, inclusief al je imperfecties en tegenstrijdigheden en gedoetjes. En dat je diegene mag zijn van jezelf. En dat is dus de grote, immer voortdurende oefening: jezelf er steeds weer op betrappen dat er dingen zijn die je niet wilt, en dan weer beseffen dat het er allemaal bij hoort. Ontspanning is niet pijnloos of stressloos. Ontspanning is naar jezelf kijken met alles wat je bent, inclusief de pijn en de stress, en dat dat dan mag. En als dat even niet mag, mag dat dan?